De toverlantaarn is mismeesterd

Beelden zeggen meer dan woorden, ze bewijzen iets, vullen aan en beelden kunnen ook als blikvanger dienen. We worden er vandaag voortdurend mee om de oren geslagen. Het hoort bij de hedendaagse berichtgeving. Maar Barbara Sarafian is daar allesbehalve gelukkig mee. ‘It is just too much information’.

In dit tijdperk waar we de noodzaak voelen om onze eigenschappen, vermeende gebreken en talenten allemaal in determinerende diagnoses te vatten, laat ik graag net al die termen links liggen. Ik neem echter voor waar aan dat we twee hersenhelften hebben die verschillend functioneren. Creatief (rechts), of wetenschappelijk (links) onderlegd zijn zou dus afhangen van biologische factoren die ons individuele denken bepalen.

Goed, maar de impact van beelden is wat ons allen aanbelangt en verbindt. Of verwijdert.
Het zal zijn dat ik een beelddenker ben, veeleer dan een woorddenker, wiens verbeelding meteen in gang schiet wanneer ik woorden lees of hoor.

Dat gebeurt wanneer ik het nieuws verneem over een verijdelde aanslag op een trein in Europa, het neerschieten van verslaggevers in de VS, het achteraan de Syrische rebellenwagen vastbinden van een dode IS-strijder in Aleppo.

Het is zo dat mijn hersenen eerst die informatie in eigen beelden moet gieten, een kortfilm vol flitsen en eigen associatief denken moet maken vanuit de woord-informatie vooraleer ik die situaties goed begrijpen kan.  Dan heb ik alvast een basis om verder naar details te zoeken zo ik wil.  Naar het schijnt gaat dat pijlsnel. Gelukkig maar.

Dus begin ik aan het opzoekingswerk bij voorkeur via de geschreven pers.  En op zoek naar de documentatie via uitgeschreven artikels raak ik vandaag steeds meer in een toestand van verbijstering. Ik stuit meer op beelden dan op tekst. Meer dan ooit. Beelden die de eigen verbeelding corrigeren, corrumperen en in rauwheid overstijgen, want ze zijn de weergaves van de werkelijke gebeurtenissen. Beelden die ikzelf niet meer kan afbakenen en eigenhandig laten uitdoven of stoppen. Die beelden zijn dus echt. Niet suggestief.

Zo zien we nog net de geschaafde huid van de vastgebonden IS-strijder die dood aan een touw bengelt en over de zandwegen wordt voortgesleept.

Zo mogen we vandaag vrij getuige zijn beelden van de bloedende Amerikaanse militair terwijl hij de Thalys-terrorist aan het overmeesteren en knevelen is. Zo zien we in Virginia de verslaggeefster net niet kunnen ontsnappen aan de kogels en vallen we samen met de dodelijk gewonde cameraman op onze zij, met de lens waar zijn vakkundige oog op steunde, op de naakte plankenvloer, zo zien we nog net de geschaafde huid van de vastgebonden IS-strijder die dood aan een touw bengelt en over de zandwegen wordt voortgesleept, zo zien we gezwollen lichaamsdelen van drenkelingen uit gezonken boten.

En het is correct en attent van bepaalde nieuwsredacties om vooral het geluid van die kogels, kreunende, jankende en joelende en mensen uit te schakelen in hun fragmenten en berichtgeving, maar toch is dan de impact van al het schokkende al geschied.  Is het niet acuut dan is het sluipend.

Het hoort bij de hedendaagse berichtgeving inderdaad.  Maar “it is just too much information”. Om de eenvoudige reden dat we daar echt niet rustig van worden. En de wereld is niet rustig. Er waren vroeger vrijwel geen directe beelden die nieuwsfeiten moesten illustreren anders dan foto’s, reportages en interviews. Die dan streng bewaakt werden gemonteerd opdat niemand aanstoot kon nemen aan de beelden.

Boeken met illustraties zoals zelfs fascinerende tekeningen van gruweldaden konden in de kast blijven staan. Internet en sociale media zijn voor mij niet de ultieme illustratiekanalen van wat er in de wereld gebeurt, maar de opdringerigheid ervan dwingt me tot een vermoeiende slalombeweging. Ik kan ze links laten liggen, niet op de play-knop drukken en gevrijwaard blijven van onthutsing. Dat wordt op sommige momenten moeilijk.

The Fear of Missing Out

Wat wil ik: wil ik meer weten? Wil ik enkel objectieve en liefst zo correct mogelijke verslagen van feiten tot mij nemen of wil ik het daarbij ook nog allemaal zien.

Het FOMO-fenomeen, the Fear Of Missing Out, de angst om niet mee te zijn met de dwingende anekdotiek van filmpjes op televisie en internet, een collectief onderhouden paniek, heeft me soms ook te pakken. Wat wil ik: wil ik meer weten? Wil ik enkel objectieve en liefst zo correct mogelijke verslagen van feiten tot mij nemen of wil ik het daarbij ook nog allemaal zien. En hoe ga ik om met de beelden. Kijk ik weg of bestudeer ik ze.

Ongevraagd filmpjes doorgestuurd krijgen, ook de vunzigste, verveelt me mateloos. Ik hoef niet naar lelijke dingen te kijken. De verleiding mee te willen huilen, huiveren of lachen is zo groot dat we vergeten dat we andermans kwetsbaarheid objectiveren. En dus ook de onze.
Als televisiekijkend kind vond ik het journaal nooit echt ontspannend. Wat later kregen we naast voorgelezen informatie opeens stervende mensen, kinderen in hongersnood en van op een veilige afstand het idee van lijken in een massagraf op beeld te zien tijdens de nieuwsuitzendingen.

Het was educatief verantwoord, de modale westerling wist vermoedelijk niet hoe droogte eruit zag, we kenden het gezicht van de honger niet,  leerden vanaf dan dat Polen dikke snorren hadden en dat een Roemeense dictator samen met zijn vrouw het wel degelijk verdiende om afgeknald te worden tegen een muur. Dat deden beelden met onze onwetendheid.  Ons sensibiliseren. Ik vond het eigenlijk toen al welletjes.

Nu, wellicht sinds 9/11, staan we weer stappen verder: we krijgen levende mensen, burgers, te zien die twee seconden later opeens dood zijn.  We zien nu hoe ze nietsvermoedend stoppen met leven, doodvallen. We zien hoe abrupt een eind wordt gemaakt aan iets zo simpels als een ademhaling, met een lach, grijns of verkrampt.

We weten dat er momenteel nachtenlang gediscussieerd wordt tijdens redactievergaderingen van elke officiële nieuwszender wereldwijd wat betreft de beslissing rond de uitzending van gruwelijke beelden. Of ze nog verantwoord zijn, laat staan educatief. Onthoofdingen krijgen we niet te zien.

Hoewel mensen die de onthoofdingen uitvoeren de beelden zelf verspreiden en officieel openbaar gemaakt willen weten, is er dus wereldwijd beslist om dit niet te doen. Dat is wijs. Het is een deontologische afspraak, een regel. Wat de motivering zoals verlies of winst van kijkcijfers ook moge zijn.

Wat doen we met de onophoudelijke confrontatie met zulke beelden, waar geen ontsnappen meer aan lijkt te zijn?

Vandaag zie ik op een nieuwssite een beeld van een peuter die met een stoere dolk de kop van zijn teddybeer afsnijdt. Gefilmd en op sociale media gepost door zijn vader.  En dus aanvaard en overgenomen door een redactie. Dit tart mijn verbeelding.  Had ik dit ooit enkel te lezen of te horen gekregen, dan had ik zelf kunnen beslissen of ik die situatie wilde versterkt zien met een mogelijk beeld. Peuter-onschuld- beïnvloedbaar-mes-glimlach op gezicht van kleuter-papa trots. Slikken. Mijn fout, had maar die twee klikken niet moeten doen.

Wat doen we met de onophoudelijke confrontatie met zulke beelden, waar geen ontsnappen meer aan lijkt te zijn? Beelden zeggen meer dan woorden, ze bewijzen iets, vullen aan en beelden kunnen ook als blikvanger dienen. Tot daar volg ik.  Maar wat is informatie en waar stopt informatie verrijkend of relevant te zijn.

Gruwelijke beelden verrijken mijn leven niet. Ik weet, samen met nog een paar miljard anderen dat de mens tot wrede dingen in staat is.  Het bestaan van toestellen die beelden kunnen vastleggen kan ik moeilijk betreuren gezien mijn job als actrice. Wat mij vandaag bezighoudt, is de vraag hoe we onbewust verder kunnen blijven omgaan met het opnemen, overnemen, verkopen, overkopen en verspreiden van reële beelden, situaties.

De toverlantaarn is mismeesterd. De macht, dus verantwoordelijkheid ligt bij wie de beelden bezit en kan verspreiden.

Het ontzag voor zoiets als een camera is van karakter veranderd. Je mag vandaag kiezen hoe je iemands verdere leven opvrolijkt of beschadigt met een minuscuul prulletje. De toverlantaarn is mismeesterd. De macht, de verantwoordelijkheid dus, ligt bij wie de beelden bezit en kan verspreiden.

Begrijpen we hoe die stroom aan beelden in ons onderbewustzijn sluipt en hoe we het begrip “verstoring” best nog eens uitleggen aan elkaar.  Er zijn mensen die ermee om kunnen, die de knop kunnen omdraaien en overgaan tot de orde van de dag. Ze worden met de dag zeldzamer.

Niemand loopt graag rond in shocktoestand bij het zien van destabiliserende beelden, dus ga ik er van uit dat elke individuele reflex om ons van elke mogelijke afstotelijke prikkel te ontdoen een instant grijpen is naar een emotionele oplossing.  Waar die zich ook bevindt.  Je lief meer omhelzen en zo snel mogelijk willen vergeten, of onverschillig willen worden. Met pillen, drank en waarom niet yoga es proberen.

We zijn ons massaal helemaal niet bewust van het feit dat de opgelopen prikkels en opgeslagen visuele data onvolledig verwerkt blijven. Stapel naargelang de frequentie die korte shockmomenten op en het is tijd om voor langere tijd dan een sessie mindfulness de ogen te sluiten.

Nieuws- of leergierig en onverschillig tegelijk moeten zijn, is een houding die we moeten hanteren als schild.  Volgens mij schier onmogelijk  Tussen die uitersten proberen we evenwichtig te leven.  En elk uiterste heeft dan nog clusters aan extremere vormen van gedrag. Sensatiebelust kicken op geweld en daartegenover apathisch of depressief in het leven komen te staan.  Deze mensen groeien in aantal.  Daar worden geen knoppen meer omgedraaid en daar wordt niet zomaar meer overgegaan tot de orde van de dag.

Naar schilderijen staan kijken, minutenlang, in boeken snuisteren, de laptop dichthouden, die smartphone laten liggen,… zijn niet noodzakelijk saaie, zalvende opties.  Ze hebben een functie. De determinerende diagnoses van onze huidige beschavingsziektes onder de noemer rusteloosheid, zijn bevestigingen dat we elk apart sneller oververzadigd zijn dan we beseffen. Die mooie ogen van ons toch.  Er is nog steeds radio.

Advertenties